1. Het is verboden zich als geleider of berijder van een rij- of trekdier te bevinden in de voor het publiek toegankelijke duin- en bosgebieden, kwelders en wadgronden of op de in deze gebieden gelegen onverharde of met schelpen verharde wegen en paden.

  2. Het verbod geldt niet voor de door Staatsbosbeheer met borden aangegeven ruiterpaden en voor de aangegeven routes voor huifkarren en landbouwwagens.