1. Het is verboden zich als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets of door windkracht aangedreven voertuig te bevinden in de duin- en bosgebieden, op de zeestranden of de wadgronden.

  2. Het verbod geldt niet:

    1. voor overheidsinstellingen en gebiedseigenaren/beheerders in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taken;

    2. voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  4. Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.