1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

2. Het is verboden om vanaf bruggen, duikers, steigers, sluizen of viaducten in het openbaar water te springen.

3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet. Voor het kanaal van Gent naar Terneuzen en de Westerschelde gelden specifieke reglementen.