1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd in het belang van het voorkomen of beperken van overlast.

4. De burgemeester kan beleidsregels stellen in verband met het organiseren van evenementen en nadere voorschriften verbinden aan de vergunning voor het evenement.

5. Onverminderd het bepaalde in lid 4 kan voor een klein evenement artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen van toepassing zijn. Indien dit het geval is, moet een melding op grond van dit artikel worden ingediend.

6. De vergunningplicht geldt niet voor een klein evenement.

7. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.