1. Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid in gevaar komt.

  2. Degene, die voornemens is te venten doet daarvan uiterlijk vier weken tevoren een melding aan het college.

  3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en datum, tijdstip en uitte venten artikel(en).

  4. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen vóór 9.00 en na 21.00 en uur.

  5. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

  6. Het verbod als bedoeld lid 1 geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

  7. Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het zesde lid beperken door een verbod in te stellen:

    1. op door het college aangewezen openbare plaatsen, of

    2. voor bepaalde dagen en uren.

  8. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het zevende lid.

  9. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.