1. Incidentele asverstrooiing is verboden op:

    1. verharde delen van de weg;

    2. het speel- en sportgedeelte van speel- en sportterreinen;

    3. waterpartijen, zoals vijvers, beken en kanalen;

    4. openbare parken;

    5. plaatsen met een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter.

  2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

  3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.