1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast: de buitengewone opsporingsambtenaren en de ambtenaren van de politie.

  2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 A, derde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste lid als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit.