1. Het is verboden zonder vergunning van het college een voorwerp op, in of boven de gracht in Groenlo te plaatsen, aan te brengen of te hebben.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin voorzien wordt door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

  3. Als grenzen van de gracht in de zin van dit artikel gelden:

    1. De voetgangers- en fietsbrug aan de noordwest zijde van de gracht welke uitkomt op de Borculoseweg en het schootsveld.

    2. De voetgangers en fietsbrug aan de zuidoost zijde van de gracht welke, in samenhang met een pad, de verbinding vormt tussen het Laantje van Lasonder en de Winterswijkseweg.