-
Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op een aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.
-
Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.
Algemene plaatselijke verordening Olst-Wijhe BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
AFDELING VOORKOMEN OF BESTRIJDEN VAN ONGEREGELDHEDEN
AFDELING BRUIKBAARHEID, UITERLIJK AANZIEN EN VEILIG GEBRUIK VAN OPENBARE PLAATSEN
AFDELING EVENEMENTEN
AFDELING VOETBALWEDSTRIJDEN
AFDELING TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN
AFDELING REGULERING PARA COMMERCIËLE RECHTSPERSONEN EN OVERIGE AANGELEGENHEDEN UIT DE DRANK- EN HORECAWET
AFDELING TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF
AFDELING TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN EN KANSSPELEN
AFDELING MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN OVERLAST, GEVAAR OF SCHADE
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
AFDELING BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN
AFDELING DRUGSOVERLAST
AFDELING BIJZONDERE BEVOEGDHEDEN VAN DE BURGEMEESTER
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK SANCTIE-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
AFDELING
Artikel 3:13
Weigeringsgronden
-
De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd indien:
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;
de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan; of
er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
-
Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten, in het belang van:
het voorkomen of beperken van overlast;
het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
de veiligheid van personen of goederen;
de verkeersvrijheid of -veiligheid;
de gezondheid of zedelijkheid of
de arbeidsomstandigheden van de prostituee
Artikel 3:13a
Intrekkingsgronden
-
De vergunning wordt ingetrokken als:
de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;
is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13, aanhef en onder a;
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;
zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder a tot en met h;
de vergunninghouder dat verzoekt;
de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan.
-
De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:
is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;
een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;
is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;
is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;
de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;
er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;
gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.