1. Het is verboden op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende en/of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt of een ernstig risico bestaat op letsel en/of andere vormen van gehoorschade.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Het college kan nadere regels vaststellen om geluidhinder en letsel en/of andere vormen van gehoorschade, bedoeld in het eerste lid, te voorkomen.

  4. Het verbod is niet van toepassing als de activiteit bij of krachtens de Omgevingswet is toegelaten of sprake is van een situatie waarin wordt voorzien bij of krachtens, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.