1. Het is verboden zonder redelijk doel:

    1. zich in een portiek of poort op te houden;

    2. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.

  2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

  3. Degene die handelt in strijd met het in de leden 1 en 2 bedoelde verboden is verplicht op bevel van een ambtenaar van de politie of buitengewoon opsporingsambtenaar die krachtens artikel 6:2 belast is met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.