1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Vanwege het geproduceerde geluid zal geluidhinder optreden indien de geluidbelasting meer bedraagt dan in de navolgende tabel is opgenomen:
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
In afwijking van het gestelde in het eerste lid zal bij het verlenen van een ontheffing ten behoeve van werkzaamheden aan infrastructuur de systematiek uit de Circulaire Bouwlawaai (uitgegeven door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu d.d. 27 oktober 2010) worden gevolgd.
In afwijking van het gestelde in het eerste lid zal bij het verlenen van een ontheffing ten behoeve van het in werking hebben van een zogenoemd knalapparaat om wild te verjagen de systematiek uit de Herziening Circulaire schietlawaai (uitgegeven door het voormalige Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer d.d. 23 maart 2006) worden gevolgd.
In afwijking van het gestelde in het eerste lid is het gestelde uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) van toepassing op bouwwerkzaamheden en sloopwerkzaamheden die onder de werkingssfeer van het Bbl vallen.
De geluidniveaus dienen vastgesteld en beoordeeld te worden overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999 (internet uitgave 2004: www.rijksoverheid.nl), inclusief erratalijst (errata digitale versie HMRI 2004: www.infomil.nl).
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
Het verbod in het eerste lid geldt niet indien het een geluidswagen betreft en wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
De geluidswagen mag niet worden ingezet op zondagen en daarmee gelijkgestelde dagen.
De geluidswagen mag niet worden ingezet op locaties waar al een evenement als bedoeld in artikel 2:24 plaatsvindt.
De geluidswagen mag niet worden ingezet tussen 22.00 uur en 09.00 uur.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.