1. Het is de houder van een openbare inrichting welke is gelegen in een door de burgemeester aangewezen gebied, verboden drank in glas te verstrekken gedurende een door de burgemeester in die openbare kennisgeving aangegeven periode.

  2. Het is eenieder verboden een of meerdere glazen bij zich te hebben binnen het op grond van het eerste lid door de burgemeester aangewezen gebied en gedurende de door de burgemeester aangegeven periode.

  3. De burgemeester kan van het in het eerste lid genoemde verbod ontheffing verlenen.