1. De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.

  2. Het college kan van de verplichting genoemd in het eerste lid, ontheffing verlenen. Het college kan in de ontheffing verplichtingen en voorwaarden opnemen, om te voorkomen dat:

    1. het doelmatig en veilig gebruik van de weg in gevaar komt;

    2. de bruikbaarheid van de weg in gevaar komt; of

    3. de leefbaarheid van de omgeving wordt aangetast.