De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksinrichting niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als de seksinrichting aan de vereisten voldoet.