1. Het is verboden zonder vergunning van het college een huisvestingsvoorziening te exploiteren voor de huisvesting van arbeidsmigranten die geen gezamenlijk huishouden vormen.

  2. Een vergunning wordt per huisvestingsvoorziening aangevraagd door:

    1. een in de peelregio gevestigde ondernemer ten behoeve van de huisvesting van voor zijn onderneming werkzame arbeidsmigranten;

    2. een Algemene Branchevereniging voor Uitzendondernemingen (ABU) of een door de Vereniging van Internationale Arbeidsbemiddelaars (VIA) gecertificeerd uitzendbureau welke werkzaam is in de peelregio.

    3. de eigenaar van een huisvestingsvoorziening.

  3. Een aanvraag om vergunning vindt plaats aan de hand van een door het college vastgesteld formulier.

  4. Het college kan ter bescherming van de belangen als genoemd in artikel 1:8 en in het belang van de bescherming van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen.

  5. Een vergunning wordt verleend voor een bepaald aantal slaapplaatsen.

  6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  7. Het gestelde in het eerste lid geldt niet wanneer er tevens een omgevingsvergunning vereist is voor de huisvesting, zoals bedoeld in artikel 5.1 lid 1 van de Omgevingswet, waarbij met toepassing van artikel 5.18 jo. artikel 5.21 Omgevingswet, in samenhang met afdeling 8.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van het omgevingsplan wordt afgeweken.