1. De exploitatievergunning vervalt:

    1. zodra de exploitant de exploitatie van de openbare inrichting heeft beëindigd;

    2. indien de openbare inrichting om andere redenen dan een bestuurlijke sanctie als bedoeld in artikel 5:2, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes aaneengesloten maanden niet wordt geëxploiteerd;

    3. zodra de vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden.

  2. Uiterlijk binnen een week na de beëindiging van de exploitatie geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan de burgemeester.