Algemene plaatselijke verordening gemeente Kapelle BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke

Artikel 4:13

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.

  1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

    1. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

    2. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;

    3. kampeermiddelen zoals bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel;

    4. mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen;

  2. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 4.14a

Opslag mest

  1. Dit artikel verstaat onder:

    1. compost: product als bedoeld in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

    2. geurgevoelig object: gevoelig object als bedoeld in de Wet geurhinder en veehouderij;

    3. overige organische mest: steekvast zuiveringsslib, compost en zwarte grond als bedoeld in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

    4. oogstrestanten: afvalstoffen als bedoeld in de Vrijstellingsregeling plantenresten;

    5. tarragrond: afvalstoffen als bedoeld in het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen;

    6. vaste mest: mest die geheel of gedeeltelijk bestaat uit faeces of urine van landbouwhuisdieren en die niet verpompbaar is, met uitzondering van compost.

  2. Behoudens het bepaalde in of krachtens de Wet milieubeheer is het verboden vaste mest, overige organische mest, oogstrestanten en tarragrond op te slaan indien deze opslag, te rekenen vanaf het tijdstip van eerste aanvoer, langer aanwezig is dan 48 uur.

  3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet indien op een akkerbouwperceel vaste mest en overige organische mest is opgeslagen die bestemd is voor bemesting van het desbetreffende perceel. Pluimvee- en nertsenmest dient binnen 72 uur na de eerste aanvoer te worden voorzien van een 15 cm dikke afdeklaag compost of aarde afkomstig van het desbetreffende perceel.

  4. De in het derde lid aangegeven vrijstelling van het in het tweede lid omschreven verbod geldt slechts als de opslag plaatsvindt op ten minste een afstand van 100 meter van een geurgevoelig object dat is gelegen binnen de bebouwde en op ten minste een afstand van 50 meter van een geurgevoelig object dat is gelegen buiten de bebouwde kom.

Artikel 4:15

Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame

  1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht, ernstige hinder ontstaat voor de omgeving, of niet wordt voldaan aan redelijke eisen van welstand zoals opgenomen in de welstandsnota.

  2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening gemeente Kapelle