1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een houtopstand te vellen of te doen vellen, wanneer:

    1. deze op de waardevolle Bomenlijst staat; en/of

    2. het een gemeentelijke houtopstand is; en/of

    3. het een houtopstand is met een doorsnede van 40 cm of meer welke is gemeten in een strook van 10 meter vanaf het midden van de weg. Waarbij de doorsnede is gemeten op 1.30 meter van de voet van de boom.

  2. Het college stelt in nadere regels toetsingscriteria vast aan de hand waarvan zij beoordeelt of vergunning kan worden verleend.

  3. Het college kan nadere eisen stellen aan de gegevens en documenten, die de rechthebbende bij een aanvraag van een vergunning tot het kappen van een boom / houtopstand moet indienen.

  4. Het college stelt een waardevolle Bomenlijst vast waarop de monumentale en andere beschermenswaardige bomen in de gemeente worden vermeld.

  5. Een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom die op de waardevolle Bomenlijst staat, kan enkel worden verleend om de volgende redenen:

    1. de veiligheid van een boom kan niet langer worden gegarandeerd; of

    2. de boom is aangetast door een besmettelijke ziekte of plaag, waardoor hij een besmettingsbron vormt voor andere bomen.

  6. Het college kan aan een vergunning voorschriften of beperkingen verbinden, zoals:

    1. het opleggen van een herplantplicht;

    2. aanvullende voorwaarden om in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna te beschermen in het kader van de natuurwetgeving.

  7. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.