1. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de coffeeshop in strijd is met een geldend omgevingsplan, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

  2. Onverminderde het bepaalde in artikel 4b kan de burgemeester de vergunning weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

    1. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    2. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  3. Bij de toepassing van de in het voorgaande lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:

    1. het karakter van de straat en de wijk, waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;

    2. de aard van de inrichting;

    3. de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie, en

    4. de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant en/of leidinggevenden in deze of in andere inrichtingen,

    5. alsmede hun antecedenten.