Algemene Plaatselijke Verordening Het Hogeland BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf
Paragraaf
Paragraaf Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf
Artikel Winkelwagentjes
Paragraaf Afdeling 3. Evenementen
Paragraaf Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
Paragraaf Afdeling 11. Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
HOOFDSTUK REGULERING PROSTITUTIE, SEKSBRANCHE EN AANVERWANTE ONDERWERPEN
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING VAN DE GEMEENTE
HOOFDSTUK SANCTIE-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Paragraaf

Afdeling 10. Consumentenvuurwerk

Artikel 2:71

Definitie

In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 2:72

Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen

[gereserveerd]

Artikel 2:73

Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling

  1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.

  2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.

  3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1o, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:73a

Carbidschieten

  1. In dit artikel wordt verstaan onder:

    a. bus: een melkbus, container, opslagvat of ander afsluitbaar voorwerp dat gebruikt kan worden voor carbidschieten;

    b. carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.

  2. Carbidschieten is verboden.

  3. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet in de volgende gevallen:

    1. carbidschieten dat plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar, waarbij gebruik gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 1 liter, mits daarbij geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor mens of milieu;

    2. carbidschieten dat plaatsvindt op 31 december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar buiten de bebouwde kom, waarbij gebruik gemaakt wordt van bussen met een maximale inhoud van 60 liter mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

      • er zijn maximaal vier personen aanwezig die carbidschieten, onder de verantwoordelijkheid van een meerderjarige die ervoor zorg draagt dat deze voorwaarden worden nageleefd;

      • degene die carbid schiet of daarbij behulpzaam is, mag niet onder invloed van alcohol of drugs zijn;

      • er mogen in totaal maximaal zes bussen op 1 (hetzelfde) terrein voor het carbidschieten worden gebruikt of gebruiksklaar voor carbidschieten aanwezig zijn;

      • er worden geen handelingen verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor mens of milieu;

      • er mogen geen busdeksels of soortgelijke gevaarlijke harde projectielen worden gebruikt om met behulp van carbid te worden weggeschoten;

      • het gebruik van (voet)ballen of andere afsluitingen van de bus waarmee geschoten wordt, moet op een dusdanige manier geschieden dat hierdoor geen schade aan mens, dier of goed wordt veroorzaakt;

      • de afstand vanaf de plek waar het carbidschieten plaatsvindt tot gebouwen van derden bedraagt tenminste 100 meter;

      • het vrije schootsveld bedraagt tenminste 75 meter en binnen deze ruimte mogen geen openbare paden of wegen liggen;

      • er mag niet in de richting van de bebouwing geschoten worden;

      • degene die het carbidschieten verricht, moet een schriftelijke toestemming overleggen van de eigenaar van het terrein van waaraf geschoten wordt;

      • indien het carbidschieten plaatsvindt na zonsondergang dient het schietterrein goed te worden verlicht.

  4. De burgemeester kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast, of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het derde lid niet van toepassing is.

  5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.

  6. Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn.

  7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Het Hogeland