1. Het in artikel 4.6, eerste lid, gestelde verbod geldt niet voor het gebruik van knalapparatuur ter verjaging van vogels van bedrijfsmatig in gebruik zijnde gronden indien wordt voldaan aan door het college vast te stellen algemene voorschriften.

  2. Indien plaatselijke of bijzondere omstandigheden dat wenselijk maken kan het college in concrete gevallen ter voorkoming van geluidhinder nadere voorwaarden voor gebruik opleggen dan wel toestaan dat van de algemene voorschriften wordt afgeweken.