-
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
-
Degene die op een openbare plaats:
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
-
Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
-
Dit artikel geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Algemene Plaatselijke Verordening Heemstede 2026 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
- Artikel 2:1
- Artikel 2:1a
- Artikel 2:1b
- Artikel 2:2
- Artikel 2:3
- Artikel 2:4
- Artikel 2:5
- Artikel 2:6
- Artikel 2:7
- Artikel 2:8
- Artikel 2:9
- Artikel 2:10
- Artikel 2:11
- Artikel 2:12
- Artikel 2:13
- Artikel 2:14
- Artikel 2:15
- Artikel 2:16
- Artikel 2:17
- Artikel 2:18
- Artikel 2:19
- Artikel 2:20
- Artikel 2:21
- Artikel 2:22
- Artikel 2:23
- Artikel 2:24
- Artikel 2:25
- Artikel 2:26
- Artikel 2:27
- Artikel 2:28
- Artikel 2:29
- Artikel 2:30
- Artikel 2:31
- Artikel 2:32
- Artikel 2:33
- Artikel 2:34
- Artikel 2:34a
- Artikel 2:34b
- Artikel 2:34c
- Artikel 2:34d
- Artikel 2:34e
- Artikel 2:34f
- Artikel 2:34g
- Artikel 2:35
- Artikel 2:36
- Artikel 2:37
- Artikel 2:38
- Artikel 2:38a
- Artikel 2:39
- Artikel 2:40
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:43a
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
- Artikel 2:66
- Artikel 2:67
- Artikel 2:68
- Artikel 2:69
- Artikel 2:70
- Artikel 2:71
- Artikel 2:72
- Artikel 2:73
- Artikel 2:73a
- Artikel 2:74
- Artikel 2:74a
- Artikel 2:75
- Artikel 2:76
- Artikel 2:77
- Artikel 2:78
- Artikel 2:79
- Artikel 2:80
- Artikel 2:81
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
- Artikel 4:1
- Artikel 4:2
- Artikel 4:3
- Artikel 4:4
- Artikel 4:5
- Artikel 4:6
- Artikel 4:7
- Artikel 4:8
- Artikel 4:9
- Artikel 4:10
- Artikel 4:10a
- Artikel 4:10b
- Artikel 4:10c
- Artikel 4:10d
- Artikel 4:10e
- Artikel 4:10f
- Artikel 4:10g
- Artikel 4:11
- Artikel 4:12
- Artikel 4:13
- Artikel 4:14
- Artikel 4:15
- Artikel 4:16
- Artikel 4:17
- Artikel 4:18
- Artikel 4:19
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
- Artikel 5:1
- Artikel 5:2
- Artikel 5:3
- Artikel 5:4
- Artikel 5:5
- Artikel 5:6
- Artikel 5:7
- Artikel 5:8
- Artikel 5:9
- Artikel 5:10
- Artikel 5:11
- Artikel 5:12
- Artikel 5:13
- Artikel 5:14
- Artikel 5:15
- Artikel 5:16
- Artikel 5:17
- Artikel 5:18
- Artikel 5:19
- Artikel 5:20
- Artikel 5:21
- Artikel 5:22
- Artikel 5:23
- Artikel 5:24
- Artikel 5:25
- Artikel 5:26
- Artikel 5:27
- Artikel 5:28
- Artikel 5:29
- Artikel 5:30
- Artikel 5:31
- Artikel 5:31a
- Artikel 5:32
- Artikel 5:33
- Artikel 5:33a
- Artikel 5:34
- Artikel 5:34a
- Artikel 5:35
- Artikel 5:36
- Artikel 5:37
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 2:1a
Openbare ordeverstoring
-
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426bis en 431 van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw, op enigerlei wijze de openbare orde te verstoren, dan wel met het oog op verstoring van de openbare orde:
zich hinderlijk te gedragen;
personen lastig te vallen;
te vechten;
deel te nemen aan een samenscholing;
zich onnodig op te dringen; of
door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.
-
Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of indien ernstig gevaar dreigt voor het ontstaan van wanordelijkheden een voorwerp of stof bij zich te hebben op de in het eerste lid genoemde plaatsen met de kennelijke bedoeling de openbare orde te verstoren.
Artikel 2:1b
Digitale ordeverstoring
-
Het is verboden om via digitale middelen, onder andere via internet, virtuele ruimtes en sociale media, uitingen te doen, te delen en/of in stand te laten, die kunnen leiden tot een fysieke verstoring van de openbare orde binnen het grondgebied van de gemeente, dan wel voor het ontstaan van een ernstige vrees daarvoor.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht is het beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms verboden uitingen, als bedoeld in het eerste lid, die via hun communicatiedienst worden gedaan:
te delen of verder te (laten) verspreiden;
in stand te laten; of
online toegankelijk en/of zichtbaar te houden.
-
Beheerders van websites, domeinnaamhouders, hostingproviders en sociale mediaplatforms zijn verplicht om, op last van de burgemeester, uitingen als bedoeld in het eerste lid, te blokkeren, te verwijderen en verwijderd te houden, al dan niet via hun eigen notice-and-takedown procedures.
Artikel 2:2
[vervallen]
Artikel 2:3
Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
-
Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
-
De kennisgeving bevat:
naam en adres van degene die de betoging houdt;
het doel van de betoging;
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging
de plaats en, voor zover van toepassing, de route;
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
-
Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
-
Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
Artikel 2:4
[vervallen]
Artikel 2:5
[vervallen]
Artikel 2:6
[vervallen]
Artikel 2:7
[vervallen]
Artikel 2:8
[vervallen]
Artikel 2:9
Vertoningen op openbare plaatsen
-
Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen.
-
De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan openbare plaatsen
-
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg;
niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
-
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
-
Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingsgebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:11
Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
-
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 2:12
Maken of veranderen van een uitweg
-
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegde gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:
ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of door het opheffen van een openbare parkeerplaats de parkeerdruk onacceptabel hoog wordt;
als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
Artikel 2:13
[vervallen]
Artikel 2:14
[vervallen]
Artikel 2:15
[vervallen]
Artikel 2:16
Openen straatkolken en dergelijke
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:17
[vervallen]
Artikel 2:18
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
-
Het is verboden in bossen dan wel natuurterreinen of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht.
-
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:19
[vervallen]
Artikel 2:20
[vervallen]
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:22
[vervallen]
Artikel 2:23
[vervallen]
Artikel 2:24
Definities
-
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
bioscoop- en theatervoorstellingen;
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
activiteiten als bedoeld de artikelen 2:9 en 2:39;
sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.
-
Onder evenement wordt mede verstaan:
een herdenkingsplechtigheid;
een braderie;
een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
een feest, muziekvoorstelling, bioscoop- en theatervoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
een straatfeest;
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.
Artikel 2:25
Evenementenvergunning
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
-
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
-
Geen vergunning is vereist voor een straatfeest, indien het straatfeest eerder in dezelfde vorm heeft plaatsgevonden en de organisator tenminste 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement, daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester met een daarvoor door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier.
-
De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding besluiten het straatfeest te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
-
Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 in samenhang met artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
Artikel 2:26
Ordeverstoring
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Artikel 2:27
Definitie
-
In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
-
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
Artikel 2:28
[vervallen]
Artikel 2:29
Sluitingstijd
-
Openbare inrichtingen zijn gesloten op:
maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur; en
zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur.
-
De exploitatie van terrassen behorende bij openbare inrichtingen is uitsluitend toegestaan:
op maandag tot en met donderdag tussen 07.00 uur en 23.00 uur;
op vrijdag tussen 07.00 uur en 24.00 uur;
op zaterdag tussen 08.00 uur en 24.00 uur; en
op zondag tussen 08.00 uur en 23.00 uur.
-
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te hebben na sluitingstijd.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd in het eerste en tweede lid.
-
Het eerste, tweede en vierde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid of het voorkomen van een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras andere sluitingstijden vaststellen.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen of een daartoe behorend terras tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;
op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van de zit- of stagelegenheden op het terras.
Artikel 2:32
Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van de artikelen 2:29 en 2:30.
Artikel 2:34
[vervallen]
Artikel 2:34a
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholische drank;
horecabedrijf;
horecalokaliteit;
inrichting;
paracommerciële rechtspersoon;
sterke drank;
slijtersbedrijf;
zwak-alcoholhoudende drank;
dat wat daaronder in de Alcoholwet wordt verstaan.
Artikel 2:34b
Paracommerciële rechtspersonen
-
Een paracommerciële rechtspersoon kan uitsluitend alcoholhoudende dranken verstrekken vanaf 1 uur voor aanvang tot 2 uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van die rechtspersoon.
-
Een paracommerciële rechtspersoon kan tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die zijn gericht op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, in afwijking van het eerste lid, alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken met inachtneming van het volgende:
de bijeenkomsten kunnen maximaal 12 maal per jaar plaatsvinden.
de drank mag uitsluitend worden verstrekt op:
zondag tot en met vrijdag vanaf 15.00 uur tot uiterlijk 24.00 uur; en
zaterdag vanaf 15.00 uur tot uiterlijk 01.00 uur.
-
Een paracommerciële rechtspersoon doet aan de burgemeester vooraf melding van bijeenkomsten als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 2:34c
[vervallen]
Artikel 2:34d
[vervallen]
Artikel 2:34e
[vervallen]
Artikel 2:34f
[vervallen]
Artikel 2:34g
Proeverijen in slijtlokaliteiten
-
Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.
-
De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.
Artikel 2:35
[vervallen]
Artikel 2:36
[vervallen]
Artikel 2:37
[vervallen]
Artikel 2:38
[vervallen]
Artikel 2:38a
Definities
-
In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
-
In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
Artikel 2:39
Speelgelegenheden
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Verordening speelautomaten Heemstede.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of
de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
Artikel 2:40
[vervallen]
Artikel 2:41
Betreden gesloten woning of lokaal
-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:42
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
-
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
-
De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
-
Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
-
Het is verboden de in het vijfde lid bedoelde aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
-
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen daarvan, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
Artikel 2:43
Vervoer plakgereedschap en dergelijke
-
Het is verboden op een openbare plaats of op openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
Artikel 2:43a
Luilak
Het is verboden om in de nacht van vrijdag op zaterdag voor Pinksteren tussen 00.00 en 08.00 uur op een openbare plaats of op openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig middel waarmee men een zaak kan besmeuren.
Artikel 2:44
Vervoer inbrekerswerktuigen
-
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing als de werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
Artikel 2:44a
Vervoer geprepareerde voorwerpen
-
Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.
Artikel 2:45
[vervallen]
Artikel 2:46
[vervallen]
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
-
Het is verboden op een openbare plaats:
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
-
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
-
Het verbod geldt niet voor:
een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet;
straatfeesten en overige activiteiten die plaatsvinden op de weg en waarvoor op grond van deze verordening vergunning is verleend door de burgemeester.
Artikel 2:49
Verboden gedrag bij of in gebouwen
-
Het is verboden zonder redelijk doel:
zich in een portiek of poort op te houden;
in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
-
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:50a
Messen en andere voorwerpen
-
Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij de gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.
-
Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.
-
Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:51
[vervallen]
Artikel 2:52
Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke
Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel 2:53
Bespieden van personen
-
Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden.
-
Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden.
Artikel 2:54
Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats
-
Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:
tussen zonsondergang en zonsopgang in door het college aan te wijzen gebieden;
in andere gevallen dan bedoeld onder a voor zover:
sprake is van overlast of hinder voor de omgeving;
er gevaar is of dreigt voor de omgeving; of
het woon- of leefklimaat wordt aangetast.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Het verbod geldt niet:
voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van het omgevingsplan is toegestaan;
voor woonwagens met een woonbestemming.
Artikel 2:55
[vervallen]
Artikel 2:56
[vervallen]
Artikel 2:57
Honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
op een openbare plaats als die hond niet aangelijnd is;
op een openbare plaats als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiekenmerk, die de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
-
Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b niet van toepassing is.
-
De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
Artikel 2:58
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
Artikel 2:59
Gevaarlijke honden
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod, een muilkorfgebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
De eigenaar of houder van de hond aan wie een muilkorfgebod of aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevig kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:59a
Gevaarlijke honden op eigen terrein
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen, als de burgemeester een muilkorf of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid of heeft medegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht.
-
Het verbod geldt niet als:
op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:60
[vervallen]
Artikel 2:61
[vervallen]
Artikel 2:62
[vervallen]
Artikel 2:63
[vervallen]
Artikel 2:64
Bijen
-
Het is verboden bijen te houden:
binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven;
binnen een afstand van dertig meter van de weg.
-
Het verbod is niet van toepassing indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de voorzijde van de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag in en uitvliegen van de bijen te voorkomen.
-
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.
-
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot en weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 2:65
[vervallen]
Artikel 2:66
Definitie
In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan: de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:67
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
-
De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
-
De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
-
Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 2:68
Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;
van een verandering van de onder 1o, bedoelde adressen;
dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;
de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:69
[vervallen]
Artikel 2:70
[vervallen]
Artikel 2:71
Definitie
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan: vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat er beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:72
[vervallen]
Artikel 2:73
Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
-
Het is verboden om consumentenvuurwerk tot ontbranding te brengen.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid, indien het gaat om centraal en door een professionele partij afgestoken vuurwerk.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:73a
Carbidschieten
-
Het is verboden om in de openlucht met gebruikmaking van carbidgas, een ander soort gas of (vloei)stof een busdeksel, blikdeksel of ander projectiel af te schieten.
-
Het is verboden om een vat, bus, fles, of een ander voorwerp dat er kennelijk toe dient om carbidgas, een ander soort gas of (vloei)stof tot ontploffing te brengen op de weg te vervoeren of voorhanden te hebben.
-
Deze verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:74
Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op of aan de weg of op een andere openbare plaats op te houden of zich daar heen en weer te bewegen met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74a
Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 2:75
Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:24, 2:47, 2:48, 2:49, 2:73 en 5:34 groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:76
Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77
Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een verbod opleggen om gedurende een bepaalde periode in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
-
Het in het eerste lid genoemde verbod geldt gedurende de in de bekendmaking van het verbod genoemde periode die ten hoogste acht weken is.
-
De burgemeester beperkt het krachtens het eerste lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt.
-
De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod als opgelegd op grond van dit artikel.
-
Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste lid opgelegd verbod.
-
Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:79
Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
-
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
-
Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen.
Artikel 2:80
Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
-
De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.
-
Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
-
Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.
-
De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
De verboden uit het vijfde lid zijn niet van toepassing op personen van wie de aanwezigheid in het voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:81
Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
-
In dit artikel wordt verstaan onder:
bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of artikel 3:3;
beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit;
exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
-
De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is.
-
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.
-
De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt:
voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd;
de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder;
het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;
het nummer van inschrijving in het Handelsregister;
voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;
voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;
een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;
een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:
als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag;
als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer.
-
De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.
-
Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.
-
De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat:
de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;
er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;
er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit de openbare orde of veiligheid wordt aangetast;
er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.
-
Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
-
De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf.
-
Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
-
Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven.
-
De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.