1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen die zijn vermeld op de groene kaart.

  2. Het verbod is niet van toepassing op:

    1. het vellen of doen vellen van houtopstanden die op de groene kaart zijn aangeduid als ‘overige gemeente boom’, in verband met beheer- of onderhoudswerkzaamheden door of in opdracht van de gemeente;

    2. onderhoud dat deel uitmaakt van een meerjarenonderhouds- of beheersplan, dat als zodanig vooraf door het bevoegd gezag schriftelijk is goedgekeurd.

  3. Het verbod is tevens niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  4. Geen vergunning is vereist voor het vellen van een houtopstand met een boomziekte als de houtopstand gevaar oplevert voor verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders, zoals insecten, als vijftien werkdagen voor de voorgenomen velling van de houtopstand daarvan mededeling is gedaan aan het bevoegd gezag.

  5. Het bevoegd gezag kan binnen tien dagen na ontvangst van de melding tot voorgenomen velling als in het vorige lid bedoeld besluiten de voorgenomen velling van de houtopstand te verbieden als er bij de betreffende houtopstand geen boomziekte aanwezig is, dan wel de boomziekte de voorgenomen velling niet rechtvaardigt.

  6. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand;

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of

    6. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

  7. Als op grond van het zesde lid een omgevingsvergunning voor het vellen van de betreffende houtopstand kan worden geweigerd kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning tot het vellen van de betreffende houtopstand alsnog verlenen als het maatschappelijk belang dat is gediend met het vellen van de betreffende houtopstand zwaarder weegt dan het belang dat is gediend met het behoud van de betreffende houtopstand.

  8. Het bevoegd gezag verleent alleen een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand als alternatieven voor het behoud van de houtopstand zijn onderzocht en alternatieven niet mogelijk zijn gebleken dan wel niet opwegen tegen het belang dat is gediend met het vellen van de houtopstand.

  9. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.