1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  2. In geval van een evenement of in geval van ernstige aantasting van de in het eerste lid genoemde belangen, kan de burgemeester aan degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven om zich voor een periode van maximaal 72 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden of zich niet op te houden in dat deel van de gemeente waar het evenement wordt gehouden.

  3. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in het eerste of tweede lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

  4. Een bevel als bedoeld in het derde lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste, tweede of derde lid, plaatsvindt.

  5. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste, tweede of derde lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt.

  6. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.