1. De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde gebieden aanwijzen waar naar zijn oordeel ernstige overlast door verstoringen van de openbare orde is te verwachten (overlastgebieden).

  2. De burgemeester kan aan degene die in een overlastgebied de openbare orde verstoort bevelen zich uit dat gebied te verwijderen en een verbod opleggen zich in dat gebied te begeven.

  3. Het verbod bedoeld in het tweede lid geldt ten hoogste tot en met het gehele weekeinde volgend op het weekeinde waarin of het tijdstip waarop het verbod wordt opgelegd.

  4. Indien Oudejaarsdag, Nieuwjaarsdag, nationale of plaatselijke feestdagen vallen op een dag in de week waarin een verbod bedoeld in het tweede lid eindigt, kan dat verbod tevens voor die dag of dagen en de daarop volgende nacht of nachten tot 6.00 uur in de ochtend worden opgelegd.

  5. De burgemeester kan aan degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het tweede lid is opgelegd en die binnen zes maanden na het opleggen van dat verbod opnieuw de openbare orde verstoort in een overlastgebied, het verbod opleggen zich te begeven in een of meer bij het opleggen van het verbod vermelde overlastgebieden voor ten hoogste twaalf weekeinden.

  6. De burgemeester beperkt de reikwijdte van een bevel of verbod ingevolge een van de voorgaande leden zoveel als nodig is wegens persoonlijke omstandigheden van degene tot wie het bevel of verbod zich richt.

  7. Onder weekeinde wordt in dit artikel verstaan: van donderdag 18.00 uur tot maandag 04.00 uur.

  8. Het is verboden te handelen in strijd met een op grond van dit artikel opgelegd verbod.