1. Vrijstellingen, genomen krachtens artikel 2:28B en artikel 6:5 lid 2 van de Apv zoals vastgesteld op 1 juni 2017 en in werking getreden op 14 juni 2017, blijven hun gelding behouden.

  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de in het eerste lid bedoelde vrijstellingen intrekken indien:

    1. de feitelijke toestand niet met het bepaalde in het besluit tot vrijstelling in overeenstemming is;

    2. zich bij de openbare inrichting een incident heeft voorgedaan gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en –handel zowel ten aanzien van de ondernemer en/of in of bij de openbare inrichting;

    3. de houder van de vrijstelling, dan wel indien de houder een rechtspersoon is, degene die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefenen in de openbare inrichting, in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    4. de houder van de vrijstelling, dan wel indien de houder een rechtspersoon is, degenen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefenen in de openbare inrichting, onder curatele staat, dan wel uit de ouderlijke macht of voogdij ontzet is.