In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. de inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang
alsof zij bedrijfsmatig is of anders dan om niet handelingen en/of werkzaamheden worden verricht die zijn aan te merken als het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als smartshop, headshop, belshop of internetcafé;
b. de exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een inrichting exploiteert op grond van artikel 2:40c;
c. de beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen;
d. het gebied: het op basis van artikel 2:40b, eerste lid, door het college aangewezen gebied waarop deze afdeling van toepassing is.