1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

2. In afwijking van artikel 1:8 tweede lid, kan een vergunning ook worden geweigerd als een aanvraag voor een nieuw of gewijzigd evenement daarvoor:

-A evenement : minder dan 8 weken voor de beoogde activiteit is ingediend.

-B en C evenementen : minder dan 14 weken voor de beoogde activiteit is ingediend

en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

3. Geen vergunning is vereist voor een evenement, indien:

a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;

b. het evenement tussen 9.00 en 24.00 uur plaats vindt;

c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 23.00 uur en op zondag voor 13.00 uur of na 23.00 uur;

d. het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(A) en 85 dB(C) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden;

e. het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

f. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 50 m2 per object en zich hier minder dan 50 personen gelijktijdig in/op verblijven;

g. er een organisator is; en

h. de organisator ten minste 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester;

i. het geen vechtsportwedstrijden of –gala’s betreft, waaronder in ieder geval wordt begrepen kooigevechten, kickboks-evenementen, free-fight-evenementen en daarmee vergelijkbare activiteiten en al dan niet in wedstrijdverband georganiseerde evenementen waarbij de menselijke waardigheid in het geding is.

4. De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding besluiten een evenement als bedoeld in lid 3 te verbieden dan wel daaraan nadere voorwaarden verbinden, als er aanleiding is te vermoeden dat door het evenement de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

5. Het college kan nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en het milieu.

6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

7. Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op een evenement dat plaatsvindt in een door de burgemeester aangewezen gebied.

8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2.24, tweede lid, onder g, weigeren als de organisator of aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

9. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

10. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.