-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
bevoegd gezag: als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting;
boom: een houtachtig, opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 32 centimeter gemeten op 130 centimeter hoogte vanaf het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam;
dunnen: het verwijderen van ≤40% van de kroonprojectie (oppervlak waarbinnen de takken en bladeren van de boom vallen), door middel van vellen als voorzorgsmaatregel om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen;
groene kaart: topografische kaart met bijhorend register, met daarop beschermde waardevolle houtopstanden in de vorm van lijnvormige beplanting (boomstructuren), vlakvormige gebieden met houtopstanden die een functionele eenheid vormen (boomzones) en solitaire bomen of boomgroepen;
grondoppervlak houtopstand: het oppervlak waarbinnen de houtopstand staat, berekend vanaf een halve meter vanuit de stam van de buitenste boom;
hakhout: speciale onderhoudsvorm, waarbij een of meerde bomen periodiek op circa 20 tot 80 centimeter boven de grond worden afgezaagd, waarna ze op de stronk weer opnieuw uitlopen;
houtopstand: één of meerdere bomen die een zelfstandig geheel vormen doordat de kronen een sluitend geheel vormen;
kandelaberen: een snoeitechniek waarbij takken van een boom afgezaagd worden waardoor de boom het uiterlijk van een kadelaar of kandelaber krijgt;
knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als (periodiek) noodzakelijk onderhoud;
vellen: rooien, kappen, verplanten, snoeien van meer dan 40% van de kroon of wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen en het verrichten van handelingen zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Algemene plaatselijke verordening gemeente Goirle 2024 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
- Artikel 2:65a
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
-
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een beschermde houtopstand te vellen of te doen vellen.
-
Een houtopstand is beschermd wanneer:
deze staat vermeld op de dan geldende Groene kaart die is vastgesteld door het college;
deze een stamomtrek heeft van ≥100 centimeter, gemeten op 130 centimeter vanaf maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dikste stam; of
deze bestaat uit meerdere bomen, die tezamen een grondoppervlak hebben van ≥ 100m².
-
Een vergunningplicht zoals genoemd in lid 1 en 2 van dit artikel geldt niet voor:
houtopstanden met een stamomtrek < 32 centimeter, gemeten op 130 centimeter vanaf maaiveld. Ingeval van meerstammigheid geldt de dikste stam;
houtopstanden die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het college;
periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud;
periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van reguliere onderhoud;
dunnen van houtopstand, waarbij ≤40% van de kroonprojectie door middel van kap wordt verwijderd als voorzorgsmaatregel om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen (voor dunning, geldt een meldingsplicht bij de gemeentelijke toezichthouder);
het vellen van een boom die minder dan 20 jaar (artikel 3:105 BW) binnen 50 centimeter van de erfgrens staat, gemeten vanaf het midden van de voet van de boom, als gevolg van het bepaalde in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek;
het vellen van een houtopstand die een oppervlakte grond beslaat van 10 are of meer, of een bomenrij bestaande uit meer dan 20 bomen, gelegen buiten de bebouwde kom behoudens houtopstanden op erven en in tuinen;
het vellen van de volgende houtopstanden (conform artikel 4.1 Wet natuurbescherming):
wegbeplanting, beplanting langs waterwegen en eenrijige beplanting op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;
fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
naaldbomen, niet ouder dan twintig jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
kweekgoed.
-
Een vergunning kan worden geweigerd op grond van onder andere:
alternatieven waarbij de houtopstand, vermeld op de Groene kaart, kan worden gespaard;
natuurwaarde van de houtopstand;
landschappelijke waarde van de houtopstand;
waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
beeldbepalende waarde van de houtopstand;
cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;
concreetheid en haalbaarheid project.
-
De vergunning tot vellen vervalt 1 jaar na het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning, tenzij bevoegd gezag een langere termijn, tot een maximum van 3 jaar, noodzakelijk acht vanwege de voorzienbare langere uitvoeringstermijn.
-
Het bevoegd gezag kan, conform het dan geldende kapbeleid, voorschriften opleggen bij de vergunning omtrent herplantplicht en uitvoeren van Boom effect analyses.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.
Artikel 4:12a
Instandhoudingsplicht en handhaving
Indien een beschermde houtopstand waarvoor een vergunningsplicht geldt zoals beschreven in artikel 4.11 van deze verordening, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op ernstige wijze is beschadigd waardoor deze in het voortbestaan wordt bedreigd kan bevoegd gezag de zakelijkgerechtigde tot de grond waarop zich de beschermde houtopstand bevond dan wel aan degene die uitandere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
Artikel 4:12b
Afstand tot de grens
De afstand tot de erfgrens waarbinnen het niet geoorloofd is bomen, heesters of heggen te hebben, zoals bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek is, vastgesteld op 50 centimeter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen.