1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Het verbod geldt niet, voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening

  4. Het is toegestaan zonder vergunning van het college een geluidswagen in te zetten, indien wordt voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

    1. De geluidswagen mag niet worden ingezet op zondagen en daarmee gelijkgestelde dagen;

    2. De geluidswagen mag niet worden ingezet op locaties waar al een evenement als bedoeld in artikel 2:24 plaatsvindt;

    3. De geluidswagen mag niet worden ingezet tussen 22.00 uur en 9.00 uur;

    4. De verkeersveiligheid is gewaarborgd tijdens de inzet van de geluidswagen.

  5. Het college kan nadere regels stellen omtrent de inzet van geluidswagens.