1. Het is de houder van een openbare inrichting verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur.

  2. De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of een daartoe behorend terras.

  3. De burgemeester kan in geval van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de krachtens artikel 2:29, eerste en tweede lid, geldende tijden van geopend zijn, met dien verstane dat wat festiviteiten van afzonderlijke openbare inrichtingen betreft, een maximum geldt van zesmaal per kalenderjaar per openbare inrichting.

  4. Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door bij of krachtens de Omgevingswet gebaseerde voorschriften.

  5. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor een winkel.