1. Het is verboden met een uitsluitend of mede door een mechanische kracht voortbewogen vaartuig sneller te varen dan de ingevolge het tweede of derde lid geldende maximumsnelheid.

  2. De maximum-snelheid op openbaar water bedraagt 6 km per uur.

  3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid kan het college gedeelten van openbaar water aanwijzen waar een hogere maximum-snelheid geldt, met dien verstande dat deze niet meer dan 9 km per uur mag bedragen. Het college kan bij de aanwijzing bepalen dat de hogere maximum-snelheid alleen geldt voor bepaalde uren.

  4. Het college kan van het verbod vervat in het eerste lid ontheffing verlenen aan diegenen die zijn belast met het voorbereiden, organiseren en/of begeleiden van zeilwedstrijden of andere evenementen, indien de ontheffing naar het oordeel van het college noodzakelijk is.

  5. Het in het eerste tot en met vierde lid gestelde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement of het Besluit Motorschepen Vinkeveense Plassen.