1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid, wordt aangevraagd door degene die voornemens is een evenement te organiseren, door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  3. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

  4. De burgemeester kan in nadere regels indieningsvereisten stellen voor een aanvraag van een vergunning als bedoeld in het eerste lid.

  5. Een evenementenvergunning wordt verleend aan een organisator en bevat een beschrijving van het gebied, plaats of inrichting waarbinnen het evenement plaatsvindt, het tijdstip en de duur van het evenement, alsmede een beschrijving van de activiteiten en handelingen die in het kader van het evenement mogen plaatsvinden.

  6. De burgemeester kan categorieën evenementen aanwijzen, waarvoor vrijstelling van de vergunningsplicht of een meldingsplicht geldt.

  7. Activiteiten die deel uitmaken van een evenementenvergunning zijn niet afzonderlijk vergunningplichtig op grond van deze of een andere gemeentelijke verordening, tenzij het planologische voorschriften betreft.

  8. Naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd, indien:

    1. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de hulpdiensten of de gemeentelijke diensten;

    2. de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie;

    3. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement;

    4. de organisator of de aanvrager van een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, in enig opzicht van slecht levensgedrag is.

  9. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

  10. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester besluiten een aanvraag voor een vergunning voor een evenement niet te behandelen indien de aanvraag minder dan 16 weken voor de datum van het evenement wordt ingediend.

  11. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.