1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen of geprepareerde voorwerpen ten behoeve van diefstal te vervoeren of bij zich te hebben.

  2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen of geprepareerde voorwerpen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal te vergemakkelijken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.