1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

  2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter

  3. bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.

  4. Het college kan in het aanwijzingsbesluit als bedoeld in het in het tweede lid van dit artikel het verbod beperken tot bepaalde tijden.