1. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:

    1. de openbare orde;

    2. de openbare veiligheid;

    3. de volksgezondheid;

    4. de bescherming van het milieu.

  2. De vergunning of ontheffing kan tevens worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

  3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 kan de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 (evenement) of 2:25A worden geweigerd als deze minder dan 26 weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, wordt ingediend.