1. De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, wordt geweigerd indien:

    1. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.2.2 gestelde eisen;

    2. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan;

    3. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde;

    4. door inwilliging van de aanvraag het aantal verleende vergunningen ex artikel 3.2.1, eerste lid, meer zal bedragen dan twee.

  2. De vergunning bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid kan worden geweigerd:

    1. in het belang van de openbare orde;

    2. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;

    3. in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

    4. in het belang van de veiligheid van personen of goederen;

    5. in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;

    6. in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;

    7. in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostituee.