1. Het college stelt een kaart beschermde bomen Boekel vast. Op de kaart beschermde bomen Boekel wordt onderscheid gemaakt tussen monumentale bomen, waardevolle bomen, gemeentelijke of provinciale bomen en beschermde bosgebieden.

  2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een houtopstand te vellen of te doen vellen die staat vermeld op de in het eerste lid genoemde kaart beschermde bomen Boekel.

  3. Naast de houtopstanden die vermeld staan op de kaart beschermde bomen Boekel geldt het verbod in het tweede lid ook voor bomen die zijn aangeplant op basis van een herplantverplichting en/of instandhoudingsverplichting.

  4. In afwijking van artikel 1:8 kan de omgevingsvergunning worden geweigerd op grond van:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand;

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

    6. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;

    7. het ontbreken van toestemming van de eigenaar van de boom;

    8. het onvoldoende vaststaan van de noodzaak om te vellen.

  5. Het verbod is niet van toepassing indien:

    1. de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand wegens een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen;

    2. sprake is van een gemeentelijke boom met een omtrek van de stam die kleiner is dan 95 centimeter en een hoogte van maximaal 1,30 meter boven het maaiveld;

    3. het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel betreft bij daarvoor geschikte boomsoorten, mits de betreffende boom of bomen deze cultuurvorm al hebben;

    4. het vellen van houtopstanden noodzakelijk is voor natuurontwikkeling om de beoogde natuurdoelen te realiseren.

  6. Het bevoegd gezag legt een herplantplicht of een herplantvergoeding op onder nader te stellen voorschriften.