1. Het is verboden om sterke drank te verstrekken in een inrichting die:

    1. deel uitmaakt van een gebouw dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het geven van onderwijs;

    2. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt door personen jonger dan 18 jaar;

    3. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen.

  2. De burgemeester kan een bij lid 1 genoemde inrichting met het oog op bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard ontheffing verlenen van het verbod op het schenken van sterke drank.

  3. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  4. De burgemeester weigert de ontheffing indien:

    1. de paracommerciële rechtspersoon niet (meer) beschikt over een geldige vergunning op grond van de Alcoholwet;

    2. de paracommerciële rechtspersoon geen bestuursreglement heeft vastgesteld;

    3. bij een eerdere ontheffing de voorwaarden verbonden aan de ontheffing niet zijn nageleefd in het voorgaande jaar.

  5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanvraag om ontheffing als bedoeld in dit artikel.