1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. De exploitant of de leidinggevende mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn.

  3. De burgemeester weigert de vergunning als:

    1. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan;

    2. de exploitant of leidinggevende van een openbare inrichting niet voldoet aan de eis, zoals gesteld in het tweede lid;

    3. indien de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag (Nederland), uittreksel uit het strafregister (België), einfache Fuhrungszeugnis (Duitsland) of een ander, met verklaring omtrent het gedrag gelijkgesteld document uit een ander land van herkomst overlegt dat uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningsaanvraag is ingediend, is afgegeven.

  4. De vergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen (Wet Bibob).

  5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

  6. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:

    1. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;

    2. zorginstelling;

    3. museum; of

    4. bedrijfskantine of -restaurant.

  7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning.