1. Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.

  2. Het bevoegd bestuursorgaan kan, mede gelet op de in artikel 3.13 genoemde belangen, een maximum stellen aan het aantal te verlenen vergunningen.

  3. Bij de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval overgelegd, respectievelijk vermeld:

    1. de persoonsgegevens van de exploitant;

    2. de persoonsgegevens van de beheerder;

    3. het aantal werkzame prostituees;

    4. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;

    5. de plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting door middel van een situatietekening met een schaal van tenminste 1:1000;

    6. een plattegrond van de seksinrichting door middel van een tekening met een schaal van tenminste 1:100;

    7. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de seksinrichting;

    8. bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel.