In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. huisvestingsvoorziening: alle besloten ruimten waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is, aan arbeidsmigranten verblijf wordt verschaft. Onder een huisvestingsvoorziening wordt in ieder geval verstaan een reguliere woning in woonkernen en het buitengebied, bestaande complexen zoals kloosters, zorgcomplexen, schoolgebouwen, asielzoekerscentra, kantoorpanden of daarmee gelijk te stellen bebouwing, alsmede vrijkomende agrarische bebouwing;

  2. arbeidsmigrant: Tijdelijke arbeider die het hoofdverblijf elders heeft;

  3. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de huisvestingsvoorziening wordt geëxploiteerd;

  4. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of rechtspersonen of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de huisvestingsvoorziening wordt geëxploiteerd;

  5. beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben in een huisvestingsvoorziening;

  6. beheer: alle activiteiten van de exploitant/beheerder die gericht zijn op, dan wel verband houden met de bescherming van de belangen als bedoeld in artikel 2:87, tweede lid.