1. Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in inrichtingen:

    1. van de volgende aard:

      1. cafetaria;

      2. snackbar;

      3. buurthuis;

      4. clubhuis;

      5. (sport)kantines.

  2. Het is verboden om bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting die, gelet op het omgevingsplan en/of de omgevingsvergunning, een ondergeschikte functie vervult ten opzichte van een andere hoofdfunctie.

  3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in lid 2, als:

    1. de inrichting beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet; en

    2. Uit het omgevingsplan, de omgevingsvergunning of andere gemeentelijke regelgeving blijkt dat alcoholverstrekking in de betreffende inrichting wenselijk of toelaatbaar is.

  4. Bij de beoordeling van een verzoek om ontheffing betrekt de burgemeester in ieder geval de belangen van openbare orde, veiligheid, volksgezondheid en een goede ruimtelijke ordening.

  5. De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voorschriften verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank.