Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren Laatste controle 30-03-2026, laatste wijziging 28-03-2026.

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 2 Geweld
Hoofdstuk 3 Veiligheids- en vervoersfouillering
Hoofdstuk 4 Vrijheidsbeperkende middelen en hulpmiddelen
§ 1 Handboeien en mondafscherming ten behoeve van het vervoer of een verplaatsing
§ 2 Hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting van vreemdelingen
§ 3 Het gebruik van handboeien en blinddoeken ten behoeve van het ordelijk verloop van een aanhouding
Hoofdstuk 5 Hulpverlening
Hoofdstuk 6 Maatregelen jegens ingeslotenen
§ 1 Algemeen
§ 2 In bewaring nemen van kleding en voorwerpen
§ 3 Permanente camera-observatie
§ 4 Medische bijstand
§ 5 Hulpmiddelen jegens ingeslotenen
§ 6 Invrijheidstelling
Hoofdstuk 6a Ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst
Hoofdstuk 7 Buitengewoon opsporingsambtenaar
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

§ 2a

Niet-penetrerende projectielen

Artikel 11

De artikelen 7 tot en met 10a zijn niet van toepassing op het gebruik en het ter hand nemen van een wapen dat is geladen met niet-penetrerende projectielen.

Artikel 11a

  1. Het gebruik van een wapen dat is geladen met niet-penetrerende projectielen is slechts geoorloofd:

    1. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd wapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken of aanstonds ander geweld tegen personen zal gebruiken;

    2. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken;

    3. om een persoon die de openbare orde in ernstige mate verstoort en niet direct kan worden aangehouden, tijdelijk weerloos te maken of te markeren, ten einde hem later aan te houden;

    4. ter verspreiding van samenscholingen of volksmenigten, die een ernstige en onmiddellijke bedreiging vormen voor de veiligheid van personen of zaken;

    5. ter verdediging tegen of voor het onder controle brengen van agressieve dieren;

    6. om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.

  2. Het gebruik, bedoeld in het eerste lid, onder c en d, is slechts geoorloofd in opdracht van de meerdere na vooraf verkregen toestemming van het bevoegd gezag.

  3. Niet-penetrerende projectielen die bestemd zijn voor het gebruik, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden niet gebruikt voor situaties, bedoeld in het eerste lid, onder d.

Artikel 11b

De ambtenaar waarschuwt onmiddellijk voordat hij gericht een wapen dat is geladen met niet-penetrerende projectielen zal gebruiken, met luide stem of op andere niet mis te verstane wijze dat geschoten zal worden, indien niet onverwijld het gegeven bevel wordt opgevolgd. Deze waarschuwing blijft slechts achterwege, wanneer de omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.

← terug naar Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren