De buitengewoon opsporingsambtenaar is niet eerder bevoegd tot de uitoefening van de in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 bedoelde bevoegdheden dan nadat die bevoegdheid is aangetekend op de akte van beëdiging en is gebleken van zijn bekwaamheid in de uitoefening daarvan.
Inhoud
Artikel 39 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren – Wettekst
Actueel
Officiële wettekst huidige versie
Je bekijkt de officiële wettekst die vandaag geldig is, sinds 01-01-2026.
Historische versies
01-01-2026
Huidig
01-01-2024
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-10-2021
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
De buitengewoon opsporingsambtenaar is niet eerder bevoegd tot de uitoefening van de in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 bedoelde bevoegdheden dan nadat die bevoegdheid is aangetekend op de akte van beëdiging en is gebleken van zijn bekwaamheid in de uitoefening daarvan.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.