Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 2 Geweld
Hoofdstuk 3 Veiligheids- en vervoersfouillering
Hoofdstuk 4 Vrijheidsbeperkende middelen en hulpmiddelen
§ 1 Handboeien en mondafscherming ten behoeve van het vervoer of een verplaatsing
§ 2 Hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting van vreemdelingen
§ 3 Het gebruik van handboeien en blinddoeken ten behoeve van het ordelijk verloop van een aanhouding
Hoofdstuk 5 Hulpverlening
Hoofdstuk 6 Maatregelen jegens ingeslotenen
§ 1 Algemeen
§ 2 In bewaring nemen van kleding en voorwerpen
§ 3 Permanente camera-observatie
§ 4 Medische bijstand
§ 5 Hulpmiddelen jegens ingeslotenen
§ 6 Invrijheidstelling
Hoofdstuk 6a Ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst
Hoofdstuk 7 Buitengewoon opsporingsambtenaar
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 9

HISTORISCH
  1. Het gebruik van een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, is slechts geoorloofd bij zeer ernstige misdrijven ter afwending van direct gevaar voor het leven van personen.

  2. Het gebruik, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats onder bevel van de commandant van een bijstandseenheid als bedoeld in artikel 59 van de Politiewet 2012.

  3. Een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven mag slechts worden meegevoerd ten behoeve van de opleiding dan wel ten behoeve van de daadwerkelijke bestrijding van zeer ernstige misdrijven waarbij sprake is van direct levensbedreigende omstandigheden.

  4. Het meevoeren van een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven ten behoeve van de daadwerkelijke bestrijding van zeer ernstige misdrijven waarbij sprake is van direct levensbedreigende omstandigheden, is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Indien wegens de vereiste spoed de toestemming niet schriftelijk kan worden gevraagd of verleend, kan deze ook mondeling worden gevraagd en verleend. De toestemming die mondeling is verleend, wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk bevestigd.

01-01-2026 Huidig 01-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-07-2022.

Tekst van deze versie

  1. Het gebruik van een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, is slechts geoorloofd bij zeer ernstige misdrijven ter afwending van direct gevaar voor het leven van personen.

  2. Het gebruik, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats onder bevel van de commandant van een bijstandseenheid als bedoeld in artikel 59 van de Politiewet 2012.

  3. Een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven mag slechts worden meegevoerd ten behoeve van de opleiding dan wel ten behoeve van de daadwerkelijke bestrijding van zeer ernstige misdrijven waarbij sprake is van direct levensbedreigende omstandigheden.

  4. Het meevoeren van een vuurwapen waarmee lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven ten behoeve van de daadwerkelijke bestrijding van zeer ernstige misdrijven waarbij sprake is van direct levensbedreigende omstandigheden, is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag. Aan de toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Indien wegens de vereiste spoed de toestemming niet schriftelijk kan worden gevraagd of verleend, kan deze ook mondeling worden gevraagd en verleend. De toestemming die mondeling is verleend, wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk bevestigd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren