Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 2 Geweld
Hoofdstuk 3 Veiligheids- en vervoersfouillering
Hoofdstuk 4 Vrijheidsbeperkende middelen en hulpmiddelen
§ 1 Handboeien en mondafscherming ten behoeve van het vervoer of een verplaatsing
§ 2 Hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting van vreemdelingen
§ 3 Het gebruik van handboeien en blinddoeken ten behoeve van het ordelijk verloop van een aanhouding
Hoofdstuk 5 Hulpverlening
Hoofdstuk 6 Maatregelen jegens ingeslotenen
§ 1 Algemeen
§ 2 In bewaring nemen van kleding en voorwerpen
§ 3 Permanente camera-observatie
§ 4 Medische bijstand
§ 5 Hulpmiddelen jegens ingeslotenen
§ 6 Invrijheidstelling
Hoofdstuk 6a Ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst
Hoofdstuk 7 Buitengewoon opsporingsambtenaar
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 8

HISTORISCH
  1. Het gebruik van een vuurwapen waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven, is slechts geoorloofd tegen personen en tegen vervoermiddelen waarin of waarop zich personen bevinden, in een situatie waarin sprake is van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van eigen of eens anders lijf.

  2. Een vuurwapen waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven mag slechts worden meegevoerd ten behoeve van de opleiding dan wel voor:

    1. het verrichten van een aanhouding van een persoon van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken,

    2. de bewaking en beveiliging van personen en objecten.

  3. Het meevoeren van vuurwapens waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven in het geval, bedoeld in het tweede lid, onder a, is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van de officier van justitie. Indien wegens de vereiste spoed de toestemming niet schriftelijk kan worden gevraagd of verleend, kan deze ook mondeling worden gevraagd en verleend. De toestemming die mondeling is verleend, wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk bevestigd. De officier van justitie doet van het meevoeren van vuurwapens waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven zo mogelijk vooraf mededeling aan de betrokken burgemeester.

  4. Het meevoeren van vuurwapens waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven in het geval, bedoeld in het tweede lid, onder b, is slechts mogelijk na schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag. Indien wegens de vereiste spoed de toestemming niet schriftelijk kan worden gevraagd of verleend, kan deze ook mondeling worden gevraagd en verleend. De toestemming die mondeling is verleend, wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk bevestigd.

01-01-2026 Huidig 01-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is deze tekst gewijzigd in 01-07-2022.

Tekst van deze versie

  1. Het gebruik van een vuurwapen waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven, is slechts geoorloofd tegen personen en tegen vervoermiddelen waarin of waarop zich personen bevinden, in een situatie waarin sprake is van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van eigen of eens anders lijf.

  2. Een vuurwapen waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven mag slechts worden meegevoerd ten behoeve van de opleiding dan wel voor:

    1. het verrichten van een aanhouding van een persoon van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken,

    2. de bewaking en beveiliging van personen en objecten.

  3. Het meevoeren van vuurwapens waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven in het geval, bedoeld in het tweede lid, onder a, is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van de officier van justitie. Indien wegens de vereiste spoed de toestemming niet schriftelijk kan worden gevraagd of verleend, kan deze ook mondeling worden gevraagd en verleend. De toestemming die mondeling is verleend, wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk bevestigd. De officier van justitie doet van het meevoeren van vuurwapens waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven zo mogelijk vooraf mededeling aan de betrokken burgemeester.

  4. Het meevoeren van vuurwapens waarmee automatisch vuur kan worden afgegeven in het geval, bedoeld in het tweede lid, onder b, is slechts mogelijk na schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag. Indien wegens de vereiste spoed de toestemming niet schriftelijk kan worden gevraagd of verleend, kan deze ook mondeling worden gevraagd en verleend. De toestemming die mondeling is verleend, wordt binnen vierentwintig uur schriftelijk bevestigd.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren