1. De ambtenaar tekent nauwkeurig alle voorwerpen en kledingstukken die hij in bewaring heeft genomen, op. Bij voorwerpen van een geringe omvang en waarde kan worden volstaan met een globale aanduiding.

  2. Een afschrift van de aantekening, bedoeld in het eerste lid, wordt door de ingeslotene en de ambtenaar ondertekend en aan de ingeslotene overhandigd.