Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren

Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemeen
Hoofdstuk 2 Geweld
Hoofdstuk 3 Veiligheids- en vervoersfouillering
Hoofdstuk 4 Vrijheidsbeperkende middelen en hulpmiddelen
§ 1 Handboeien en mondafscherming ten behoeve van het vervoer of een verplaatsing
§ 2 Hulpmiddelen ten behoeve van de uitzetting van vreemdelingen
§ 3 Het gebruik van handboeien en blinddoeken ten behoeve van het ordelijk verloop van een aanhouding
Hoofdstuk 5 Hulpverlening
Hoofdstuk 6 Maatregelen jegens ingeslotenen
§ 1 Algemeen
§ 2 In bewaring nemen van kleding en voorwerpen
§ 3 Permanente camera-observatie
§ 4 Medische bijstand
§ 5 Hulpmiddelen jegens ingeslotenen
§ 6 Invrijheidstelling
Hoofdstuk 6a Ambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst
Hoofdstuk 7 Buitengewoon opsporingsambtenaar
Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

Artikel 28 (Vastlegging insluitingsfouillering)

HISTORISCH
  1. De ambtenaar onderzoekt de ingeslotene direct voorafgaand aan de insluiting, door het aftasten en doorzoeken van diens kleding en van de voorwerpen die de ingeslotene bij zich draagt of met zich mee voert op de aanwezigheid van voorwerpen die tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van de betrokkene of voor anderen kunnen vormen.

  2. Bij het aantreffen van voorwerpen die een gevaar kunnen vormen als bedoeld in het eerste lid, neemt de ambtenaar deze in bewaring.

  3. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt zoveel mogelijk uitgevoerd door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als degene die aan het onderzoek wordt onderworpen.

  4. De ambtenaar die het onderzoek heeft uitgevoerd, maakt hiervan onverwijld schriftelijk rapport op ten behoeve van de hulpofficier van justitie.

01-01-2026 Huidig 01-01-2024 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. De ambtenaar onderzoekt de ingeslotene direct voorafgaand aan de insluiting, door het aftasten en doorzoeken van diens kleding en van de voorwerpen die de ingeslotene bij zich draagt of met zich mee voert op de aanwezigheid van voorwerpen die tijdens de insluiting een gevaar voor de veiligheid van de betrokkene of voor anderen kunnen vormen.

  2. Bij het aantreffen van voorwerpen die een gevaar kunnen vormen als bedoeld in het eerste lid, neemt de ambtenaar deze in bewaring.

  3. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt zoveel mogelijk uitgevoerd door een ambtenaar van hetzelfde geslacht als degene die aan het onderzoek wordt onderworpen.

  4. De ambtenaar die het onderzoek heeft uitgevoerd, maakt hiervan onverwijld schriftelijk rapport op ten behoeve van de meerdere.hulpofficier van justitie.
2 verwijzing(en)
Hoge Raad | 06-11-2012 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad | 12-10-2010 | 22-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren